“Onder de klapperboom tussen de aapjes in"
Mevrouw Bounin vertelt over haar aankomst in Nederland
Ik ben geboren in Indonesië, Malang, in 1924. Ik kwam in Nederland in 1962, uit Nieuw Guinea. Wij gingen in 1951 weg uit Jakarta. Wij weigerden warganagara te worden, we moesten dus weg. We waren in de veronderstelling naar Nederland te gaan, via Singapore. Maar de kapitein maakte halverwege rechtsomkeert en bracht ons naar Nieuw Guinea, ik ben alleen moeten gaan met drie kinderen, mijn man was opgepakt. We hebben eerst in Sorong gewoond en ManoKwari. Ik was huisvrouw en had een verantwoordelijke taak bij de resident. Party’s begeleiden, ik had een soort guesthouse.
Van Manokwarie zijn we met de Dakota naar Biak gegaan en daar namen we het Nederlandse vliegtuig naar Nederland.
Begin juni 1962 landden we op Schiphol. De ouders en zusters van mijn man waren hier vanaf 1951. Wij konden hen toen telegraferen dat we kwamen. We werden opgehaald door de familie van mijn man. Schiphol was nog klein. Mijn beautycase waar alles in zat, geld, sieraden en belangrijke papieren, heb ik toen op de balie achtergelaten. Toen ik erachter kwam ben ik zo hard als ik kon teruggerend. Ik zag dat ding moederziel alleen op de balie staan, wat een geluk!
Van Schiphol zijn we weggereden naar Den Haag. Een kennis van ons had in de Tweede Schuytstraat kamers gehuurd, helemaal bovenaan. Het leek op een duiventil! Ik kwam op het idee om dit te zeggen omdat op de daken allemaal duiven zaten! De kinderen vonden het prachtig. Maar hoe moesten we dit doen, vroegen we ons af. Een keukentje, een woonkamer en anderhalve slaapkamer, met een kabinetje dus. Mijn man sliep in het kabinetje want hij moest weer aan het werk. Met vijf kinderen hadden we drie bedden.
Als ik zin had in Nederlands eten, dan aten we Nederlands, en dan maakte ik weer Indisch eten. Ik heb in de gaten gekregen dat we meer van Nederland wisten dan de Nederlanders van ons afwisten. Zij vroegen: “Hoe heeft u Nederlands geleerd". Dan zei ik: “Onder de klapperboom tussen de aapjes in". Dom hè, om zoiets te vragen; de voorlichting over ons was betreurenswaardig.
Ik was niet voorbereid op de verschrikkelijke kou. Met vijf kinderen was het niet mals. Ik heb gevraagd aan kennissen en familie waar ik kleding kon vinden, ik heb alles gekocht. Mijn man zorgde ervoor dat er genoeg steenkool in huis was.
