“Indië zie ik nooit weer"
Van hotel naar hotel verhuisd in Indië, kwam er voor Joke Hendriks-Kramer pas een beetje rust in Nederland
In mei 1947 vertrokken we naar Holland. Op 6-jarige leeftijd was ik al eens als pakketje naar Holland gestuurd, naar mijn grootouders. Ik was te lastig in het hotelbedrijf. Een tante die onderwijzeres was, heeft mij eigenlijk opgevangen. Naar haar moest ik luisteren. Maar ’t was zò’n mens (djempol). Van mijn ouders kreeg ik geen liefde. Op mijn 10-de, in 1938 ben ik weer opgehaald uit Nederland. Ik wilde naar vader.
In 1947 gingen we dus als gezin (vader, moeder, kind) naar Holland. Met het vliegtuig naar Djakarta, daarna aan boord van de "Sloterdijk". Ik kreeg een baantje op het schip, als kinderoppas en in de verpleging. Daarmee had ik 100 gulden verdiend, zei mijn moeder. Ik heb het geld nooit gezien.....
In Attaca (Suez) hebben we kleding gekregen, alles nieuw, alles passend. Maar wat was eigenlijk een jarretellegordel? Ik kreeg er dikke kousen bij. Ook een teddyjas, type houtje-touwtje.
Mijn eerste indruk in Nederland was emotie, staande aan de reling bij aankomst. Toen ik de trap afliep was ik in tranen en dacht: “Indië zie ik nooit weer". Het was wel heel fijn dat ik aan boord gewerkt had, dat gaf afleiding.
In Nederland gekomen miste ik de gastvrijheid. Gasten werd niet vanzelfsprekend iets aangeboden en na het eerste koekje bleef de koektrommel dicht.

