Het mocht niet teveel ruiken natuurlijk
Het was aanpassen in Nederland voor mevrouw van Manen, de kinderen wilden alleen nog maar aardappelen in plaats van rijst.

Zwart of wit: discriminatie in Nederland -
Journaal bekijk filmfragment
Toen mijn man naar Nederland kwam, werd alles weer normaal, toen kregen we een huis. De huisdokter in Schiedam zei tegen me:
"U hoort niet hier (in een industrie omgeving). U hoort waar struiken en bomen zijn. In het Gooi hoort u". We hebben toen inwoning gevonden in ’t Spiegel in Bussum.
Mijn man kreeg eerst nog geld van de Factorij. Hij ging een baan zoeken, ook in het buitenland. Elk baantje heeft hij aangenomen, dat moet ik zeggen. We moesten oppassen met ons maandelijkse budget, we moesten het niet royaal uitgeven. De kinderen gingen naar school, het ging prima. Ik moest veel zelf doen.
Je leerde hoe je je goed moest aanpassen
Mijn buren waren nieuwsgierig naar die mensen uit Indië. Je hoorde ook regelmatig "O, daar heb je weer Indischen" of “Jullie moeten weg, jullie eten op wat van ons is". Was niet prettig, sommige mensen waren niet tevreden met ons, was niet leuk. Ach, zij kwamen ook net uit een oorlog. Een buurman zei eens: "Dat Indische jongetje heeft mijn hek kapot gemaakt". Nou, toen heb ik gezegd: "Wat denkt u wel. Dat kind is zo klein, dat kan hij niet eens".
Nee, weet u wie mij geholpen hebben? Joodse gezinnen. Die hielpen, uit eigen ervaring. Melk en koekjes. Hebben ’t zelf zwaar gehad.
Toen ik een eigen huis kreeg (een halve villa), heb ik een deel verhuurd aan een jonge arts met een Joodse vrouw.
Het was aanpassen in Nederland. Wat het eten betreft, de kinderen wilden meestal kentang - aardappelen. Zeker het meisje. Mijn zoontje wilde nog wel rijst met gesmoorde kip of een karbonaatje. Maar geen sambalans of sajoer! In het pension kon het best: de hospita in de middag en ik 's avonds. Ik kookte niet veel Indisch. En ’t mocht niet teveel ruiken natuurlijk.
