Een mager mannetje met een koffer
Van hotel naar hotel verhuisd in Indië, kreeg Joke Hendriks- Kramer geen binding met vriendinnen

Japanse keizer in ons land -
Polygoon Hollands Nieuws bekijk filmfragment
Ik ben enig kind van een vader, die hotelier was in Amsterdam en een moeder, die secretaresse was bij de Maatschappij Nederland. Ik heb altijd in hotels gewoond, dat was niet leuk, had geen echt eigen huis. Bij vriendinnen vond ik het veel leuker.
Om de drie jaar wisselden we van plaats, dus ik kreeg geen binding met vriendinnen. Heel jammer. Het laatste hotel was Hotel Homan in Bandung. Ik was toen tussen de 12 en 14 jaar oud. Daarna kwam de oorlog: met moeder naar een kamp en daarna op transport naar Batavia, naar de gevangenis. Vader ging naar L.O.G. (Landelijk Opvoedingsgesticht).
Ik was dus met moeder in de gevangenis (Struiswijk). De gevangenis had een hoefijzervorm. Op een dag, na de capitulatie, stond ik bij de poort - ik was 17 jaar - toen er een mager mannetje met een koffertje aan kwam lopen. Dat bleek mijn eigen vader te zijn, die zijn dochter niet herkende. Ik heb hem naar moeder gebracht en ben toen een poosje weggegaan om ze de gelegenheid te geven wat bij te praten.
Na de capitulatie in Jakarta was moeder erg ziek en vader nam mij mee naar het mannenkamp Che Mai. Daar paste vader heel goed op mij, met al die mannen in de buurt. Vader bewaakte mij bij elke stap die ik deed.
