Het gras is karang
Mevrouw Milly Arends is twee keer naar Nederland gekomen: eerste keer in 1957 als verlofganger, de tweede keer vanuit Biak, na de overdracht van Nieuw Guinea aan Indonesië
Mijn man solliciteerde naar een baan in Nieuw Guinea, maar daar heeft hij niets van gehoord. Hij kon gaan werken in Drachten bij Philips, waar de Philishave werd gemaakt, maar hij wilde liever in Den Haag blijven: 'Daar heb ik het nog kouder' en Den Haag kende hij van vakanties voor de oorlog.
Daar kreeg hij een betrekking bij de IMGD (Inspectie Mililtaire Geneeskundige Dienst). Zijn taak was het controleren van de medische voorraden, die werden aangelegd voor een eventuele 3e Wereldoorlog.
Hij vond het prettig werk, hij is naar veel kleine plaatsen gegaan.
In september kwam er een brief of hij naar Nieuw Guinea wilde komen. Door een relatie in Bandung, die bij de ROIO werkte (=Radio Omroep In Overgangstijd) werd hij aanbevolen voor een functie bij de radio in Guinea: 'die man moeten we hebben, die weet hoe het werkt'.
Wij kregen bericht van mijn ouders dat ze eind september zouden arriveren met de Willem Ruis. Wij moesten zelfs voor hen garant staan maar wij zouden dan zelf in december vertrekken naar Nieuw Guinea.
We hebben toen twee kamers opgeknapt. Het was moeilijk om het hen te zeggen. Mijn man ging 12 december en ik anderhalve maand erna.
Ik had nog nooit gevlogen en het was gelijk 36 uur vliegen. Het was heel leuk. Mijn man was eerder gegaan en zei ' hou er rekening mee dat je vertraging krijgt'. Maar gouverneur Plateel zat ook in het vliegtuig dus alles was stipt op tijd.
Het was voor drie jaar, van ' 59 tot ' 61. Eigenlijk moesten we toen terug. Maar ze hadden niemand om mijn man te vervangen. Of we nog een half jaar wilden blijven. De jongste is er geboren en mijn man werkte daar als geluidstechnicus bij de Omroep.
We hadden er een heerlijke tijd. Het was er wel bloedheet en er waren enge beesten: ijzerslangen die boven de deur lagen en je vandaar besprongen. Als je er eentje vond moest je gauw opzoek naar nummer twee (ze kwamen altijd in paartjes). Ook waren er doodenge rupsen en ik ben me op een avond een hoedje geschrokken van een kanjer van een spin, die allemaal jonkies op haar rug droeg...toen heb ik die spin gefixeerd tot mijn man thuiskwam en die heeft ze weggeslagen.
Biak is een atol: het was kaal, het gras is raar, het snijdt, het is ‘karang’.
In juni ' 62 zijn we weggegaan. Terug gingen we niet over Anchorage, gewoon over India.
De tweede keer in Nederland pasten we ons gemakkelijker aan. Alle mensen uit Nieuw Guinea moesten gaan, je had meer steun.
Mijn oudste zus had woonruimte voor ons gevonden in Den Haag bij een mevrouw met 50 poezen en een aantal honden en ze vroeg ons vogels mee te nemen uit Biak. Het stonk vreselijk, ik schaamde me om mensen te ontvangen. Ik woonde boven. Alleen mijn jongste zoon vond het prachtig. Ze had een husky, die liet hij dan uit, maar het was meer dat die husky hèm uitliet. Wij hebben het er een jaar uitgehouden.
Mijn man had ook bij de tweede keer zes maanden verlof en hij zou daarna naar Hollandia gaan om mensen in te werken. Voor Biak Omroep werd nieuwe apparatuur aangeschaft Hij kon toen twee maanden bij de NOS werken om de apparatuur te leren. Maar toen we niet terug konden, kon hij daar blijven werken. Hij wilde dichter bij de NOS wonen.
Via een makelaar konden we toen in een huis komen wonen in Maarssen, waar we een jaar hebben gezeten.
We hebben ook nog vijf jaar in Soest gewoond; in juli 1969 kregen we eindelijk een huis in Hilversum. Ik geloof dat het Indische mensen eigen is om zich aan te passen.
De eerste keer in Nederland vond ik het moeilijker. Op straat werd ik een keer onverhoeds in mijn nek gepakt door een goedbedoelende heer:
--Mevrouwtje! U moet toch niet op het fietspad lopen!!- - Wist ik veel....fietspaden had je niet in Indonesië..

Het Oude huis van de familie Arends -
Op Biak, Nieuw Guinea

Het oude huis van de familie Arends -
Op Biak, in 2004


Re: Het gras is karang
Hallo geachte Milly Arends
Wat een leuk verhaal ik heb daar herkenning aan ik zal mij even voorstellen ik ben Henk Kranenburg de zoon van Frits en Tiny Kranenburg mijn vader en moeder en ikzelf dus ook heb in de periode van 1956 tot 1962 in Biak gewoond. mijn vader was toendertijd werkzaam bij de K.L.M. ald boord meganicien en wij woonde vlak bij de strip en het K.L.M. Hotel. Ik heb mijn vader (die is inmiddels overleden) wel eens over de familie Aends horen vertellen die zouden vlak bij ons hebben gewoond zo niet naast ons.
Ik hoop dat u er een herkenning in ziet
met vriendelijke groet Henk Kranenburg
h.kranenburg01@chello.nl