Erg, erg blij toen het achter de rug was.
In 1955 ging ik met mijn gezin: man en drie kinderen van 6, 9 en 13 jaar naar Nederland. Mijn man had onder Westerling gediend. Westerling was een officier in het Nederlandse leger die bij de {politionele} acties heel hard aanpakte.
We woonden op Celebes, mijn man was toen militair, ingedeeld onder de {beruchte} officier Westerling: toen de oorlog uitbrak was mijn man opgeroepen voor de dienstplicht. Hij was burger bij Defensie, monteur. Daarna is hij door de Indonesiërs bedreigd. Hij is toen naar het Nederlands Commissariaat gegaan en toen gingen we van Makassar Celebes naar Surabaja met de boot. We hebben niks kunnen verkopen, we moesten alles daar achterlaten. Gelukkig hebben we er een Ambonese kennis plezier mee kunnen doen die het kon gebruiken. Kleren gingen mee, en foto’s. We zijn een paar dagen op Surabaja gebleven toen we op de boot naar Nederland moesten wachten.
De Lankuas was een vrachtboot, het duurde twee maanden omdat het schip overal aanlegde. Er waren 18 passagiers, allemaal Indische mensen, we aten met de kapitein en de bemanning. De reis was fijn, gezellig, omdat er weinig passagiers waren hadden ze meer aandacht voor ons. In Singapore hebben we winterkleren gekocht op aanraden van mijn broer die al in Nederland woonde, maar er was niet genoeg geld om voor iedereen kleren te kopen. In Doorwerth kregen we van DMZ na een paar dagen wat meer kleding.
We kwamen aan in Italië, Genua, en daar gingen we van boord omdat ik zeeziek was. Zo konden we verder per trein, ook dat was geregeld door het Nederlands Commissariaat. Sommige passagiers werden in Italië afgehaald door familie. Mijn broers waren alledrie militairen en dus in 1950 al hier in Nederland. We waren in Italië uitgestapt want ik was zeeziek. De familie wachtte ons op in Rotterdam want we konden ze niet bereiken maar de kapitein wist ervan en vertelde het aan de familie.
Wij reisden per trein een dag en een nacht naar Amsterdam. Wij werden daar opgevangen door iemand van DMZ. Daar hebben we een nacht in een pension doorgebracht en de volgende dag gingen we naar Doorwerth, met de trein naar Arnhem en dan met de bus naar Doorwerth.
Ik heb heimwee naar het weer gehad. Verder niet, verder had ik geen heimwee naar Indië. Mijn man was licht van kleur dus men zag hem in Indië altijd voor Hollander aan. De kinderen werden ook bedreigd. Ik was opgelucht toen we hier aankwamen, eindelijk rust. Vooral de laatste dagen in Indië kregen we veel bedreigingen. Ik was erg, erg blij toen het allemaal achter de rug was.
