Voor het telegram uit
Ik ben in 1962 gekomen, ik ben nooit eerder in Nederland geweest, dan voor 1962. Ik ging met de boot naar Nieuw Guinea in juli 1950.

Anton en Els bij de schapen -
Anton is de jongere broer van de heer Pelsmaeker, die kandbouwer was in Nieuw Guinea
Ik ben in 1962 gekomen, ik ben nooit eerder in Nederland geweest, dan voor 1962. Ik ging met de boot naar Nieuw Guinea in juli 1951. Ik werkte als koelie, ik was toen 26 jaar en heb in de huizenbouw gewerkt. Je moest vrijgezel zijn dus ik had geen gezin. Het was zwaar werk, graven, was dit wel gewend want ik had zwaar werk thuis gedaan; mijn vader had een eigen onderneming, een koffieplantage.
In Kota Baru, Hollandia was dat. We hebben eerst de barakken voor onszelf gebouwd en daarna begonnen we aan nieuwe huizen. Er was niets te krijgen, ook geen kranten. In 1960 was het wat beter, toen waren er ook al winkels.
Daarvoor was er eten van de gaarkeuken, voor oingeveer duizend mensen. In het begin was ik niet op de hoogte, duizend mensen per jaar, contractanten. Na 1 jaar Hollandia naar mijn jongere broer vertrokken in Manokwari. Die was eerder naar Nieuw Guinea gegaan, hij was daar landbouwer met eigen grond. Ik ging helpen, maar dat ging niet goed; we konden de spullen niet kwijt. De landbouwproducten kwamen uit Australie en onze eigen producten werden weggegooid. Toen ben ik weer als huizenbouwer gaan werken voor een aannemer in Seroei. De hoofdplaats van Japen eiland, tegenover het eiland Biak. Tot 1962 heb ik daar gewerkt. Toen moesten we weg.
Toen hoorden we van de regering via de radio dat we naar Biak moesten om te verzamelen om per vliegtuig naar Nederland te gaan. We moesten alles achterlaten. In Biak stond een militair vliegtuig klaar, een Constellation en we vertrokken via Anchorage i.p.v. via Zuid, want militairen moeten over die route. Dat had een voordeel: we konden alles meenemen wat we konden. Ik had de hond van een vriend meegenomen en zelf twee paradijsvogels, opgezet, en schelpen en speren. Dat kon niet via een andere route. Al mijn broers waren in Nederland. Mijn beide ouders zijn overleden in Indie.
’s Avonds ben ik aangekomen op Schiphol. Het was november, er lag sneeuw. Toen ging ik per taxi naar mijn oudste broer in Haarlem. Omdat het telegram dat ik hem had gestuurd, pas de volgende dag aankwam, haalde niemand mij op. Hij schrok toen ik om een uur ’s nachts voor zijn deur stond.
Ik heb uiteindelijk zes maanden bij hem gewoond. We hadden in Biak al warme kleding geregeld en daar ook gekregen. Ik kwam met een koffer vol.


Re: Voor het telegram uit
Beste dames,
Wat verrassend dat ik mijn moeder op deze foto zie. Ik heb nl. geen kinderfotos's van haar. U zult begrijpen dat ik hier heel blij mee ben. Ik zal dit artikel aan haar laten zien.
Vriendelijke groet van,
Irma