Your browser doesn't seem to support JavaScript, or it is turned off.
verhaal

Ik ben katholiek dus ik kwam in Tilburg

Ik ben met vier kinderen naar Nederland gekomen. Van Manado naar Jakarta ging ik in 1962.

1 jan 1962, 00:00 > 31 dec 1965, 23:59, Verteller

In Jakarta zaten we bij Vincentius ondergedoken bij pater van den Berg. Met het hele gezin zaten we in het gesticht Vincentius, dat was een weeshuis. Na twee jaar komen meneer en mevrouw Luns en hielpen ons. Mijn man was al vijf keer afgewezen met zijn verzoek om naar Nederland te gaan, in Manado drie keer en in het Vincentius is zijn verzoek ook twee keer afgewezen. Meneer was in het hotel, mevrouw kwam bij ons. Meneer Rompiets zat samen met ons in Vincentius.
Mijn man had geen afspraak om naar Nederland te komen, daarom werden we afgewezen. Pater van den Berg regelde het voor ons. Veel mensen van Manado werden afgewezen. Wij mochten niet naar buiten, we moesten binnen blijven en ons niet laten zien. Als (troepenvan) Soekarno naar ons toe kwamen, moesten wij naar binnen.
Voor de kinderen wilden we naar Holland, voor de opleiding. Mijn man was ex-KNIL. Hij was burger, werkte bij de luchtmacht voor de Indonesische regering. Mevrouw Luns zei ons een of twee weken te wachten. In 1964 kregen wij ons visum.
Met het vliegtuig zijn wij toen van Jakarta naar Nederland gegaan. In 1964, in oktober kwamen we aan op Schiphol. Mijn man moest toen direct naar het ziekenhuis, naar het sanatorium voor een jaar omdat hij een gaatje in zijn hart had. Wij gingen met zijn vijven - mijn kinderen en ik - naar een pension in Tilburg. Mijn man zat in sanatorium Klokkenberg.
Ik had in dat pension een kamer, drie kinderen met mij in de kamer en de oudste zoon boven, op de zolderkamer. Hij was veertien. Mijn dochter was twaalf, de andere tien en een dochter van vier jaar. De pensionhoudster regelde dat mijn kinderen naar school gingen. Kleding kreeg ik van de DMZ, op Schiphol kreeg ik een stapeltje. In het pension moest ik naar de vreemdelingenpolitie. Mijn man en ik hadden een Indonesisch paspoort, ik moest de vreemdelingenpolitie vertellen hoe het zat. Een Nederlands paspoort hebben we snel gekregen, was makkelijker voor de kinderen, om Nederlands te worden.
Ik ben katholiek dus ik kwam in Tilburg. We mochten niet zelf koken, de pensionhoudster deed dat voor ons. Indisch eten moesten we zelf regelen, ik kreeg er geld voor van de DMZ. Met zijn vijven moesten we twee weken leven van veertig gulden. Daar moest ik boodschappen van doen. Dat was wel genoeg.
Wij zijn een jaar in het pension gebleven. Toen kreeg ik een huis in Breda, in het Brabants Park. Mijn man was toen weer beter. De flat had drie slaapkamers. We hadden een kolenkachel en die verwarmde het hele huis, alles hielden we dicht. Het was niet zo druk maar het was fijn, met de kinderen in die flat.
De kinderen gingen in het pension naar de zusterschool. Mijn zoon ging in Breda vlakbij het station op school. Ik weet niet meer precies welke, is lang geleden, was in elk geval bij de fraters.
In het pension zaten ook andere gezinnen, ook mevrouw Fangidee en eens in de twee weken gingen wij zelf Indisch koken. Er was van alles te krijgen, het was al in 1964. Thuis kook ik alleen maar Indisch. De kinderen hielden wel van Hollands eten.
Ik vond het niet leuk hier, want het was koud. Mijn familie, mijn ouders miste ik. Mijn moeder had elf kinderen. Alles en iedereen bleef in Indonesië, alleen ik ging naar Nederland. Ik ging ook naar de kerk, want het was vlakbij, ik deed niet mee met de activiteiten.
Als het met mijn kinderen maar goed gaat. Het is al goed.