Indonesië, ’t land waar mijn wortels liggen, is nu mijn vakantieland geworden
Ik ben geboren op 17 mei 1941 in Batavia. Ons gezin bestaat uit vader, moeder en drie dochters. De oudste dochter ben ik.
Tot mijn 13e jaar heb ik in Djakarta gewoond, waar ik naar school ging en veel vriendinnetjes had.

Kermis in Batavia -
1939, het echtpaar hubers van Assenraad, de ouders van Priscilla Hubers van Assenraad e/v Bosman
Vriendjes had ik niet, want ik zat op school bij de nonnen. Ik zat op de Theresiaschool in Djakarta en daar werd Nederlands gesproken.
Ik heb een fijne jeugd gehad. Ik had een lieve vader en moeder, de liefste van allemaal, zoals ik dat vroeger zei. Ze waren best wel streng en omdat ik de oudste was moest ik het goede voorbeeld geven aan mijn twee zusjes.
Van de oorlog en de Japanners heb ik niet veel gemerkt, misschien was ik te jong en ook werden we goed beschermd. Het enige wat ik me nog goed herinneren kan is de sirene, en dat we de schuilkelders in moesten. Voor mij was dat niet eng, want er gebeurde eigenlijk niets.
Het leven in Djakarta was goed. Je had als kind geen zorgen. Als ’t regende mochten we in onze hansop in de regen spelen. Dat was een feest natuurlijk.
’s Middags moesten we een middagdutje doen, dat was de gewoonte. Mijn ouders deden dat ook. Na een uur waren mijn zusje en ik al wakker en spraken we af om na mekaar uit bed te gaan. We deden heel zachtjes, klommen in de blimbingboom en genoten van de wind en vertelden elkaar onze verhaaltjes die we gewoon verzonnen.
Onze ouders sliepen gewoon door en als mijn moeder naar onze zin te vroeg wakker werd en ontdekte dat wij niet in onze bedjes lagen, dan kwam ze naar buiten en moesten we uit de boom komen en een uur langer in bed blijven.
We hadden ook vriendinnetjes die bij ons speelden. Het was een leuke tijd. Toen eind 1954 mijn vader thuis kwam met het bericht dat we voorgoed naar Holland moesten gaan, begreep ik ook dat ik afscheid moest nemen van alles waar ik van hield, dus ook van mijn hondje Ceasar. De dag van vertrek naderde en stiekem zijn we uit ons huis gevlucht, want niemand mocht het weten. Het gebeurde dus ’s nachts. Het afscheid nemen van mijn hondje was erg zwaar. Ik heb gehuild en gehuild en wilde Ceasar stiekem meenemen maar helaas…
De bootreis was erg leuk. We hoefden een maand niet naar school. Een groter feest bestond er niet. Lekker zwemmen, film kijken en gewoon plezier maken. Tijdens onze reis waren er nog twee mensen die overleden. Een man van zeventig jaar en een meisje van vier jaar. De begrafenis was op zee. Heel plechtig gleed de kist de zee in en we voeren dan drie keer om de kist heen en vervolgden onze weg verder. Dit vergeet ik niet meer.
Na een maand kwamen we aan in Amsterdam. Het was eind februari 1955, dus erg koud. Winterkleding had mijn moeder in Indonesië laten maken, dus ons kon niets gebeuren dachten mijn ouders. Maar ja, in Indonesië heb je nergens wollen stof om een jas te maken, laat staan een winterjas. Het was dus kou lijden.
Met een bus reden we door het mooie witte Hollandse landschap. Mooie huizen en allemaal zo netjes op een rij. Straten vol.
In het Kanaal voeren wij, toen het begon te sneeuwen, dus stonden wij allemaal met de mond open om sneeuw in de mond te laten vallen. Het smaakte nergens naar.
Van de boot gingen we rechtstreeks naar Breda en daar kwamen we in een pension, "Huize Clematis", in de Baronielaan.
We hadden een grote kamer en daar stonden in twee bedden, een potkachel, een eethoek met vijf stoelen en ergens achter een gordijn was een kast en daar stond een vaste wastafel, waar wij ons konden wassen.
In die kamer sliepen vader, moeder en mijn kleine zusje. Ik sliep met mijn andere zus in een piepklein kamertje waar net twee bedden konden staan. Koken kon mijn moeder op de 1e etage. Een piepklein keukentje met een vier-pits fornuisje, We konden niet zomaar in die keuken koken, want er waren nog drie andere gezinnen.
Na anderhalf jaar kregen we een huis, een mooi herenhuis op de Baronielaan. Mijn vader had in Djakarta een mooie goede baan en is na 31 jaar gestopt. Hier in Breda moest hij naar een werkplaats gaan en moest hij leren lassen. Hij had nog nooit een lasapparaat vastgehad. Dit heeft hij een half jaar volgehouden. Hij is gaan solliciteren en kon op een kantoor werken in Delft, dus hij moest iedere dag met de trein.
Ik hoor het hem nog zeggen tegen mijn moeder: "Meis, wat hebben we gedaan om hierheen te reizen!" Het is koud, het werken viel tegen en er was dus weinig inkomen; maar het ergst van alles waren die kale bomen die ze maar lieten staan terwijl ze dood waren. Wij snapten daar echt niets van. In Indonesië was altijd alles groen en hier was alles altijd kaal.
Dat was gelukkig niet zo, want een maandje later kwamen er lieve kleine knopjes die groeiden en groeiden tot groene bomen.
Onze kleren die we kregen waren ook een ramp. Ik kreeg een donkergroene lange wollen jas met een bontkraag van tijgerprint en een paar rode schoenen van de Bata. Dit was wat ik me kan herinneren. Alles wat we dan ‘kregen’ moesten mijn ouders tot op de laatste cent terug betalen.
Ons nieuwe huis was oud en had een hoog plafond. Er stond een zwarte haard, die iedere dag gevuld werd met kolen. Die kolen lagen in een kelder onder de trap en het was mijn taak om de kolen naar de haard te dragen.
Na de lagere school ging ik naar de MVIO en bleef daar tot na mijn examen. Ik ging snel werken, want thuis zitten niksen was er niet bij. In 1958 ontmoette ik een Hollandse jongen waar ik in 1964 mee trouwde. We kregen twee mooie dochters en woonden nog even in bij mijn ouders.
Het leven hier in Nederland is fijn, ik ben tevreden met wat ik heb en als ik achterom kijk zijn er natuurlijk dingen die ik anders zou doen. Ik voel me hier thuis, ik ben altijd geaccepteerd door mijn vrienden, zoals ik ben.
In Indonesië, het land waar mijn roots liggen, is voor mij een vakantieland geworden. Ik ben er geboren en opgegroeid tot mijn dertiende jaar, dus het langst heb ik in Nederland doorgebracht.
Ik voelde me altijd een ‘Hollands’ kind, maar hoe ouder ik wordt, hoe meer ‘Indo’ ik me voel. Me schamen daarvoor? Integendeel, ik ben trots op wat en wie ik ben en dat heb ik te danken aan mijn ouders. De liefste van allemaal.

In Bogor -
Priscilla Hubers van Assenraad e/v Bosmanmet ouders en zussen op een grote steen, 1953 Bogor

Baby op de hond -
Priscilla Hubers van Assenraad e/v Bosmanals baby, op een hond, vastgehouden door haar moeder.

Tandjung Priok -
Priscilla Hubers van Assenraad e/v Bosman, haar ouders en wat familieleden, 1948 op Tandjung Priok
12 reacties
Re: Indonesië, ’t land waar mijn wortels liggen, is nu mijn vakantieland geworden
Lieve Priscille,
Wat een leuk verhaal en allemaal zo herkenbaar voor mij (ons). En die foto's zijn ook heel leuk. Wat mij opviel hoe jij met veel lof over je ouders vertel en vooral jemoeder. Heel lief!
Ik ben blij dat jij mijn vriendin mag zijn! We houden het zo, he!
Veel liefst, Joke.
Re: Indonesië, ’t land waar mijn wortels liggen, is nu mijn vakantieland geworden
Hallo,
Ik wilde je even laten weten dat ik ook een hubers van assenraad ben uit nijmegen.
En volgens mij ben ik de laatste van deze tak. Mijn opa heet ronnie hubers van assenraad en mijn oma noes van den broeke, allebei uit jakarta. Mijn vader is hier geboren, maar zijn broer en zussen in indonesie.
Leuk om dit verhaal te lezen dat er nog meer zijn.
groetjes jordi johannes thoren hubers van assenraad
Hetty Sibbald
Mijn moeder Hetty Sibbald heeft ook op deze school gezeten. Zij is van 1936. I.v.m. het maken van een boek wil ik vragen of je misschien foto's van deze school bezit. Heeft u vrienden/kennissen waarmee u nog contact heeft. Mijn moeder is ook op zoek naar klasgenoten etc..
Beste PRISCILLA
Jou verhaal met verbazing en plezier gelezen. Ik kan mij enigzins een beeld vormen hoe dat toen allemaal is gegaan, ook met verdriet en teleurstelling.
Tevens wil jou ook langs deze weg hartelijk bedanken voor de fijne samenwerking op de
,,INDISCHE WEEK OP IJSSELVLIEDT,,
IJsselvliedt
Hallo Priscilla
Ik heb je verhaal gelezen en ga beslist vaker op de site kijken.
Ik ben me ervan bewust hoe bijzonder het is voor indische nederlanders iets te kunnen betekenen op ijsselvliedt.
tot ziens in september
Anneke
aduadu
hi, leuk verhaal pris ...niet verwacht van jou..ben je al van 41...ik ben van 48 en net 60 geworden, we hebben samen nog in climatus gezeten, alleen zaterdags mocht je koken hoor ieder op zijn beurt, door de week kookte tante dinie voor ons allemaal, zij was een van de drie gezusters ries,bep en dinie die huize climastus runden seg maar, er zat nog 1 familie familie lemaire en wij waren aeckerlin en cornfield en hebben nadien elk weekend bij jullie in de baronielaan 129 vertoefd, dat was een goeie tijd!!!!
mijnmoeder heet ook hubers van assenraad
zit wat te googelen en vind je naam. ik ben in djakarta geboren in 1952. mijn moeder heet dus ook hubers van assenraad. haar ouders zijn in 1918+/- naar indonesie gegaan. mijn opa was apotheker. komt dit bekend voor. wie weet in de verte familie?
hallo Priscilla
Ben je ook familie van Joy en Boy Hubers van Assenraad? Ze woonden vroeger in de Wite de Withstraat in Amsterdam oud -west en ik ben nog met deze 2 jongens op school bevriend geweest.Ze hadden ook nog een zusje geloof ik . Leuke familie, zou wel eens willen weten hoe het met de "jongens "van toen nu gaat.
betty
verre familie??????
mooi verhaal.. mijn moeder heet lorinda desirée hubers van assenraad.. geboren in jakarta bandung.. misschien wel famielie?? kan nie anders toch??
HALLO PRISCILLA
Mijn naam is Heleen Persijn Op de Theresiaschool heb ik met je in de zelfde klas gezeten en kwam vaak bij je thuis spelen. Mere Maria was hoofd van de school Mijn tante Elvira woonde ook in het zelfde huis.Jalan Kebon Binatang. Vlakbij Dierentuin Garden Hal. Ik hoop dat je mij nog herinnerd. Inderdaad hebben we een fijne jeugd gehad en het is mijn vakantieland geworden. Groeten en tot horens
wat leuk
Hallo Pricilla, via deze site heeft mijn moeder een reactie gekregen van Helen Persijn. Dit vindt zij ontzettend leuk en wil graag met haar in contact komen. Kan jij Heleen in contact brengen met Hetty Sibbald? Haar emailadres is sibbald@caiway.nl.
Momenteel is haar pc gecrasht maar een reactie rechtstreeks van Heleen kan via mij lopen (joroli@caiway.nl). Ik zou haar evt telefoonnummer van mijn mam door kunnen geven. Groetjes Lilian

Re: Indonesië, ’t land waar mijn wortels liggen, is nu mijn vakantieland geworden
Hallo tante Priscilla,
Het ziet er erg prachtig uit en het verhaal klopt wat ma ons heeft verteld erg leuk om terug te zien,
liefs en kusjes van Claudia